Week van het applaus

Na de week van het schrijven – vorige week – is het nu de week van het applaus. Het past wonderwel bij elkaar; niet in het minst omdat schrijvers ware woorden hebben geschreven over het handgeklap als teken van bewondering of goedkeuring. Alhoewel? Je kunt het natuurlijk ook oneens zijn met wat schrijvers zeggen. Zoals met de uitspraak van Hugo Claus: ‘Per definitie applaudisseert men voor de verkeerde dingen.’ Eigenlijk past daar best een hard boegeroep bij. Stampende voeten, ook dat.  Nog een uitspraak van een schrijver; van de Amerikaanse columniste Ann Landers is deze: ‘Karakter, dat is waar je nog toe bereid bent als het voetlicht is gedoofd, het applaus is uitgestorven en er niemand meer is om je complimenten te geven.’ Mooi gezegd, niet? Een applaus is op zijn plaats. Bedoelt Hugo Claus eigenlijk hetzelfde? Je zou ’t kunnen denken. Al heeft Hugo Claus het over dingen en niet over mensen, wat best wel vreemd is als je erover nadenkt. Applaudisseren mensen wel voor dingen? Klappen wij voor – ik noem maar eens wat – de Rotterdamse Erasmusbrug? Mooi van zichzelf, mooi in zijn symboliek als verbindend element tussen het oude centrum en het vernieuwde Kop van Zuid? Als we de handen al op elkaar slaan dan voor het knappe ontwerp, de fraaie architectuur. Zonder mankeren applaudisseren we voor prachtige prestaties. Al klappen we ook dan, feitelijk, voor degene die de prestatie neerzet. Mensen applaudisseren voor elkaar. Een applaus ontvangen voelt als een warm bad. We dompelen ons erin onder. Misschien wel tot het gevaar van verdrinking loert. ‘Applaus is heel mooi, maar je kunt er de bakker niet mee betalen,’ zei George S. Kaufman; bij leven onder andere toneelschrijver. Een applausje voor Kaufman – zo is het maar net.

Dit bericht is geplaatst in schrijven, verhalen en columns met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *